Op 26 april vindt de netwerkbijeenkomst Stadslandbouw plaats op het Stadhuis, tussen 12.30 en 18.00 uur. Een vervolg op de succesvolle startbijeenkomst Haarlem Oogst die wij in november vorig jaar organiseerden. Meer info kunt u vinden via de onderstaande link.
Daar staat ook een mooi artikel dat onlangs verscheen in het grootste moestuinblad van Engeland. Over? De Doe tuintjes in Haarlem. De redactie van het blad vindt ons Haarlemse systeem fantastisch. Lees het interview met Ruby Groenewoud (uit Haarlem!): http://www.degroenemug.nl/pages/posts/kom-naar-netwerkbijeenkomst-stadslandbouw-688.php
Rob van Doorn
donderdag 18 april 2013
zaterdag 13 april 2013
Water uit de kraan
Nudge is het geesteskind van Jan van Betten dat originele ideeën over duurzaamheid koppelt aan concrete en supersnelle uitvoering.
Het is deze organisatie die erin is geslaagd met ongeveer honderd vrijwilligers drie uitstekende voorstellen te bedenken en binnen 24 uur op 12 april in de praktijk te brengen. Op het Ripperdaterrein werd in no-time een groot stuk land ingericht voor stadslandbouw. De komende maanden groeien daar aardappelen en groenten. In het Reinaldapark werd een tijdelijke trimbaan tot stand gebracht om te laten zien dat op eenvoudige wijze de conditie kan worden verbeterd en op de Grote Markt stond een tijdelijk tappunt voor kraanwater waarmee de horeca wordt opgeroepen water uit flesjes te vervangen door water uit de kraan. Dat is veel goedkoper en voorkomt afval. PWN werkte van harte mee met dit initiatief.
Haarlem heeft als eerste stad van Nederland laten zien wat de inwoners en lokale ondernemers kunnen bereiken als ze er samen de schouders onder zetten. In Haarlem blijft het opgebouwde netwerk ook na 12 april actief en het netwerk heeft de ambitie om vele ingezonden ideeën uiteindelijk tot een succesvol resultaat te brengen.
Op de sites van Nudge en De Groene Mug vindt u meer informatie over de City Challenge: www.nudge.nl/haarlem en www.degroenemug.nl.
Rob van Doorn
woensdag 10 april 2013
Landal: 'ja' of 'nee'
Woensdag 24 april 2013 is het zover. Het algemeen bestuur van het
recreatieschap Spaarnwoude doet dan definitief uitspraak over de aanpak van het
Fort Benoorden Spaarndam en de gelijktijdige bouw van tachtig vakantiehuisjes
door Esbi-bouw. Bij een 'ja' gaat de gemeente Velsen aan de slag. De kwestie
kwam onlangs weer in het nieuws, omdat de raad van de gemeente Haarlemmerliede-Spaarnwoude van mening is veranderd over het thema. Het krachtige 'neen' is
veranderd in een stevig 'ja'. Met 6 tegen 5 vindt de lokale
volksvertegenwoordiging dat de gemeente Velsen het verkeer van en naar de
huisjes over eigen grondgebied moet afwikkelen. Maar de huisjes mogen er komen.
Lichtelijk demagogisch zou het standpunt betrokken kunnen worden dat de
vertegenwoordigers van bijna 1 miljoen inwoners tegen zijn en de
vertegenwoordigers van ruim 200.000 inwoners voor. Het bestuur van de
gemeenschappelijke regeling bepaalt de uitkomst. Daarin zitten wethouders van
Amsterdam, Haarlemmermeer, Velsen en Haarlem en de burgemeester van
Haarlemmerliede-Spaarnwoude. Een gedeputeerde van Noord-Holland is voorzitter
van het bestuur. De bestuursstructuur van de schappen in Noord-Holland staat ter
discussie. Het is waarschijnlijk dat in de nabije toekomst de provincie het
overkoepelende beleid van de schappen gaat bepalen en de betrokken gemeenten per
schap de scepter gaan zwaaien, maar nu is het 't huidige bestuur dat de
besluiten neemt.
Iedereen is benieuwd naar de reden waarom Haarlemmerliede-Spaarnwoude zonder zichtbare aanleiding van mening lijkt te zijn veranderd. We gaan het vast op 24 april horen.
Rob van Doorn
Iedereen is benieuwd naar de reden waarom Haarlemmerliede-Spaarnwoude zonder zichtbare aanleiding van mening lijkt te zijn veranderd. We gaan het vast op 24 april horen.
Rob van Doorn
dinsdag 9 april 2013
Duurzame ontwikkelingen
Vorige week vrijdag was ik aanwezig bij een bijeenkomst van het GDO, Gemeenten
voor Duurzame Ontwikkeling. Het GDO verbindt sinds de oprichting gemeenten met
een centrum voor Natuur en Milieueducatie. Haarlem heeft zo'n centrum aan de
Kleverlaan. De laatste jaren ontwikkelt het GDO zich onder meer tot
kennisorganisatie. Namens Haarlem ben ik bestuurslid.
Tijdens de vergadering werden een paar ontwikkelingen duidelijk.
Er is sprake van een aantal in het oog springende veranderingen in onze samenleving. Stadslandbouw groeit landelijk als kool. Er ontstaan her en der zorgcoöperaties en repaircafé's. 'DE' (Duurzame Energie) Ramplaan is een voorbeeld van zo'n intensieve wijkgerichte samenwerking. Omringend landschap, parken en groen in wijken worden intensiever beleefd. Straten en huizenblokken werken samen in de aanschaf van zonnepanelen en de aanpak van woningisolatie. Het onderwijs speelt hierop in en leert onze kinderen het belang van duurzaam leven.
Niet alleen in Haarlem vinden deze ontwikkelingen plaats, maar onze stad is wel een voorloper. Het is niet voor niets dat in Haarlem het gas en elektriciteitsverbruik (veel) lager is dan gemiddeld in Nederland.
Bij veel initiatieven in en voor de stad is de gemeente de satéprikker die instellingen en bedrijven bij elkaar brengt en zorgt voor verdieping, verbinding en continuïteit. Het effect wordt 'meervoudige waardecreatie' genoemd: er wordt energie bespaard en dat leidt tot minder uitstoot van CO2, het bespaart geld en het brengt je in contact met de natuur. Alleen maar voordelen dus.
Binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA), de bijna veertig gemeenten in onze stadsregio, wint het streven naar duurzaamheid snel aan belang. Afgesproken is dat elke gemeente eigen ontwikkelingen stimuleert, maar gezamenlijk wordt gewerkt aan energiebesparing en -opwekking enerzijds en grondstoffenbesparing en hergebruik anderzijds. Het gaat hierbij om miljarden euro's.
Niet zelden is de gemeente de initiator van nieuwe ontwikkelingen. Spaarne Energie is zo'n nieuwe aanpak. Samen met het bedrijfsleven, adviserende partijen en corporaties zoeken we in Haarlem naar een methode om binnen onze gemeentegrenzen op brede schaal groene energie op te wekken. Deze partijen komen niet zelf tot een dergelijk initiatief, omdat het te ingewikkeld en omvangrijk is en teveel specifieke deskundigheid vraagt. Maandagmiddag 15 april organiseert Haarlem een congres in de Lichtfabriek over dit thema. Als u geïnteresseerd bent, kunt u zich opgeven bij de gemeentelijke afdeling milieu: milieu@haarlem.nl t.a.v. Hanneke Laffra.
Rob van Doorn
Tijdens de vergadering werden een paar ontwikkelingen duidelijk.
Er is sprake van een aantal in het oog springende veranderingen in onze samenleving. Stadslandbouw groeit landelijk als kool. Er ontstaan her en der zorgcoöperaties en repaircafé's. 'DE' (Duurzame Energie) Ramplaan is een voorbeeld van zo'n intensieve wijkgerichte samenwerking. Omringend landschap, parken en groen in wijken worden intensiever beleefd. Straten en huizenblokken werken samen in de aanschaf van zonnepanelen en de aanpak van woningisolatie. Het onderwijs speelt hierop in en leert onze kinderen het belang van duurzaam leven.
Niet alleen in Haarlem vinden deze ontwikkelingen plaats, maar onze stad is wel een voorloper. Het is niet voor niets dat in Haarlem het gas en elektriciteitsverbruik (veel) lager is dan gemiddeld in Nederland.
Bij veel initiatieven in en voor de stad is de gemeente de satéprikker die instellingen en bedrijven bij elkaar brengt en zorgt voor verdieping, verbinding en continuïteit. Het effect wordt 'meervoudige waardecreatie' genoemd: er wordt energie bespaard en dat leidt tot minder uitstoot van CO2, het bespaart geld en het brengt je in contact met de natuur. Alleen maar voordelen dus.
Binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA), de bijna veertig gemeenten in onze stadsregio, wint het streven naar duurzaamheid snel aan belang. Afgesproken is dat elke gemeente eigen ontwikkelingen stimuleert, maar gezamenlijk wordt gewerkt aan energiebesparing en -opwekking enerzijds en grondstoffenbesparing en hergebruik anderzijds. Het gaat hierbij om miljarden euro's.
Niet zelden is de gemeente de initiator van nieuwe ontwikkelingen. Spaarne Energie is zo'n nieuwe aanpak. Samen met het bedrijfsleven, adviserende partijen en corporaties zoeken we in Haarlem naar een methode om binnen onze gemeentegrenzen op brede schaal groene energie op te wekken. Deze partijen komen niet zelf tot een dergelijk initiatief, omdat het te ingewikkeld en omvangrijk is en teveel specifieke deskundigheid vraagt. Maandagmiddag 15 april organiseert Haarlem een congres in de Lichtfabriek over dit thema. Als u geïnteresseerd bent, kunt u zich opgeven bij de gemeentelijke afdeling milieu: milieu@haarlem.nl t.a.v. Hanneke Laffra.
Rob van Doorn
vrijdag 5 april 2013
De toekomst van de binnenduinrand
Woensdagavond kwamen bestuurders, raads- en statenleden van
de gemeenten in Zuid-Kennemerland, Velsen en de provincie Noord-Holland bijeen
in de burgerzaal van het Heemsteedse raadhuis om met elkaar te praten over een
van de belangrijkste natuurgebieden in Noord-Holland, de binnenduinrand. Dit
gebied wordt globaal begrensd door het Noordzeekanaal, de westzijde van Haarlem
en de grens met de gemeente Haarlemmermeer. Een fantastisch divers gebied,
bestaande uit duinen, strand, het Westelijk Tuinbouwgebied en bijvoorbeeld de
Amsterdamse Waterleidingduinen en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Dit
gebied is één van de onderscheiden natuurgebieden in de Metropoolregio
Amsterdam, waardoor dit samenwerkingsverband van 38 gemeenten zich positief
onderscheidt van andere economische centra in de wereld. Het maakt ons uniek.
De komende jaren moeten er belangrijke keuzes rondom dit gebied worden gemaakt die te maken hebben met de afweging tussen voorrang voor landschappelijke waarden, recreatieve voorzieningen en woningbouw. Daar tussendoor speelt de afnemende rol van de rijksoverheid, die besloten heeft landelijk honderden miljoenen te bezuinigen op landschapsbeheer. Mijn bijdrage richtte zich op de presentatie van een aantal dilemma's, die tijdens een tweede bijeenkomst op 17 april door dezelfde aanwezigen besproken gaan worden.
De dilemma's gaan onder meer over de verhouding tussen wonen en landschap, recreatie en landschap, kwaliteit en geld.
Ook op het gebied van landschap wordt nagedacht over de toekomst.
Rob van Doorn
De komende jaren moeten er belangrijke keuzes rondom dit gebied worden gemaakt die te maken hebben met de afweging tussen voorrang voor landschappelijke waarden, recreatieve voorzieningen en woningbouw. Daar tussendoor speelt de afnemende rol van de rijksoverheid, die besloten heeft landelijk honderden miljoenen te bezuinigen op landschapsbeheer. Mijn bijdrage richtte zich op de presentatie van een aantal dilemma's, die tijdens een tweede bijeenkomst op 17 april door dezelfde aanwezigen besproken gaan worden.
De dilemma's gaan onder meer over de verhouding tussen wonen en landschap, recreatie en landschap, kwaliteit en geld.
Ook op het gebied van landschap wordt nagedacht over de toekomst.
Rob van Doorn
donderdag 4 april 2013
Een wandelboulevard langs het Spaarne
Soms is het net alsof de bezuinigingen ertoe leiden dat er in Haarlem geen grote werken in de openbare ruimte meer plaatsvinden. Niets is minder waar. Vorig jaar is de fly-over bij de N200 geopend, is het stationsplein officieel in gebruik genomen, van de Parnassiakade is een fietsstraat gemaakt en is bijvoorbeeld de eerste fase van de reconstructie Spaarndamseweg afgerond.
Dit jaar en later worden weer veel projecten in uitvoering genomen. Een opvallend werk is de reconstructie van de Turfmarkt, het weggedeelte tussen de Langebrug - de Verfroller - en de Gedempte Oude Gracht. Donderdag 4 april starten de werkzaamheden en al op 1 oktober van dit jaar is het werk klaar. Het effect zal een prachtige wandelboulevard zijn met bomen langs het Spaarne, een doorlopend tweezijdig fietspad van Schalkwijk tot in het stadscentrum en bewoners van de Turfmarkt zullen minder last hebben van de zware passerende bussen van R-Net, omdat de fundering wordt gefabriceerd van beton.
Onze stad wordt mooier, ook in tijden dat elke euro drie maal moet worden omgedraaid. We gaan hiermee door, ook al gaat het minder snel en kan niet elk werk op het gewenste moment worden gestart.
Rob van Doorn
Dit jaar en later worden weer veel projecten in uitvoering genomen. Een opvallend werk is de reconstructie van de Turfmarkt, het weggedeelte tussen de Langebrug - de Verfroller - en de Gedempte Oude Gracht. Donderdag 4 april starten de werkzaamheden en al op 1 oktober van dit jaar is het werk klaar. Het effect zal een prachtige wandelboulevard zijn met bomen langs het Spaarne, een doorlopend tweezijdig fietspad van Schalkwijk tot in het stadscentrum en bewoners van de Turfmarkt zullen minder last hebben van de zware passerende bussen van R-Net, omdat de fundering wordt gefabriceerd van beton.
Onze stad wordt mooier, ook in tijden dat elke euro drie maal moet worden omgedraaid. We gaan hiermee door, ook al gaat het minder snel en kan niet elk werk op het gewenste moment worden gestart.
Rob van Doorn
dinsdag 2 april 2013
Moeilijke keuzes
Infrastructurele werken in een stad roepen altijd vragen op. De vervanging van het plaveisel op de Jan Gijzenkade is er daar een van. De vraag over het moment van asfalteren hangt samen met drie overwegingen.
De eerste betreft de aanpak van de riolering in de wijk Dietsveld. Dit is nodig maar moet gecombineerd worden met de aanleg van nieuwe riolering onder de Jan Gijzenkade.
De tweede overweging is gelegen in de aanpak van de Oostweg, het geheel van weggedeelten tussen de fly-over bij de N200 en de Vergierdeweg/Delftplein. Het onderzoek loopt en zal in de zomervakantie van dit jaar tot een uitkomst leiden. Dan weten we of de rondweg geheel een vierbaansweg wordt. Ook wordt dan duidelijk wat de toekomstige effecten zijn op de Jan Gijzenkade en de Eksterlaan en wat de kosten zijn van de voorgestelde aanpassingen. De Jan Gijzenkade en de Eksterlaan grenzen aan de Vondelweg. De discussie over de Oostweg moet uitwijzen of die weg straks wellicht veel meer verkeer te verwerken krijgt, wat ook zijn invloed heeft op de zijstraten.
Tot slot is al enige tijd duidelijk dat het verkeersaanbod op de Jan Gijzenkade, aan de noordzijde van het water, toeneemt. Dit leidt ertoe dat fietsers in het gedrang komen. Daar zit veel schoolgaande jeugd bij. Om die reden wordt uitgezocht of de hoofdfietsroute verplaatst kan worden naar de zuidzijde van de Jan Gijzenkade. Op het noordelijke deel is immers niet genoeg ruimte voor een tweezijdig fietspad wanneer de prachtige bomen dienen te worden behouden. Het verleggen van de fietsroute naar de zuidkant, betekent dat ook het kruispunt Spaarndamseweg/Vondelweg met de Jan Gijzenkade moet worden aangepakt.
Om financiële redenen is het nodig alle werkzaamheden zoveel mogelijk gelijktijdig uit te voeren. Wanneer nu uitsluitend het wegdek van de Jan Gijzenkade wordt vernieuwd, betekent dat op een termijn van enkele jaren weer openbreken en daarmee een kapitaalsvernietiging van enkele tonnen. Dat kan Haarlem zich niet veroorloven.
Het wegdek van de Jan Gijzenkade is slecht maar niet gevaarlijk wanneer rustig wordt gereden. De geluidsoverlast voor de bewoners blijft vervelend.
Haarlem zal ook hier moeilijke keuzes moeten maken. Dit jaar wordt duidelijk welke.
Rob van Doorn
De eerste betreft de aanpak van de riolering in de wijk Dietsveld. Dit is nodig maar moet gecombineerd worden met de aanleg van nieuwe riolering onder de Jan Gijzenkade.
De tweede overweging is gelegen in de aanpak van de Oostweg, het geheel van weggedeelten tussen de fly-over bij de N200 en de Vergierdeweg/Delftplein. Het onderzoek loopt en zal in de zomervakantie van dit jaar tot een uitkomst leiden. Dan weten we of de rondweg geheel een vierbaansweg wordt. Ook wordt dan duidelijk wat de toekomstige effecten zijn op de Jan Gijzenkade en de Eksterlaan en wat de kosten zijn van de voorgestelde aanpassingen. De Jan Gijzenkade en de Eksterlaan grenzen aan de Vondelweg. De discussie over de Oostweg moet uitwijzen of die weg straks wellicht veel meer verkeer te verwerken krijgt, wat ook zijn invloed heeft op de zijstraten.
Tot slot is al enige tijd duidelijk dat het verkeersaanbod op de Jan Gijzenkade, aan de noordzijde van het water, toeneemt. Dit leidt ertoe dat fietsers in het gedrang komen. Daar zit veel schoolgaande jeugd bij. Om die reden wordt uitgezocht of de hoofdfietsroute verplaatst kan worden naar de zuidzijde van de Jan Gijzenkade. Op het noordelijke deel is immers niet genoeg ruimte voor een tweezijdig fietspad wanneer de prachtige bomen dienen te worden behouden. Het verleggen van de fietsroute naar de zuidkant, betekent dat ook het kruispunt Spaarndamseweg/Vondelweg met de Jan Gijzenkade moet worden aangepakt.
Om financiële redenen is het nodig alle werkzaamheden zoveel mogelijk gelijktijdig uit te voeren. Wanneer nu uitsluitend het wegdek van de Jan Gijzenkade wordt vernieuwd, betekent dat op een termijn van enkele jaren weer openbreken en daarmee een kapitaalsvernietiging van enkele tonnen. Dat kan Haarlem zich niet veroorloven.
Het wegdek van de Jan Gijzenkade is slecht maar niet gevaarlijk wanneer rustig wordt gereden. De geluidsoverlast voor de bewoners blijft vervelend.
Haarlem zal ook hier moeilijke keuzes moeten maken. Dit jaar wordt duidelijk welke.
Rob van Doorn
Abonneren op:
Posts (Atom)
